Kromme rug of bang om te vallen?

Veel mensen gaan naarmate ze ouder worden minder rechtop lopen. Toch heeft dit lang niet altijd dezelfde reden. Wil je iemand weer rechtop laten lopen, dan is het natuurlijk van belang dat je weet waarom hij of zij gebogen rond loopt. Het is in ieder geval belangrijk om te weten dat een gebogen rug op zich geen klachten hoeft te geven.

Aanpassingsvermogen

Een gebogen rug is doorgaans een positie waarbij de rugspieren ontspannen kunnen worden. Beeld je maar eens in dat je een hele dag hebt getild, gelopen en gestaan. Dan is het best fijn als je tussendoor even lekker in elkaar kan zakken. Hier is dan ook helemaal niks mis mee. De boog kan niet altijd gespannen staan.

Zoek je echter alleen maar deze rustpositie op, dan zal je lichaam zich ook weten aan te passen. Je kan door deze aanpassingen met de tijd steeds langer in deze rustpositie blijven vertoeven zonder dat je ergens last van krijgt. Tegelijkertijd zal de rug recht maken steeds stijver aanvoelen en vermoeiender worden.

De spieren die je voorheen had worden dan gezien als overbodig. Deze zullen daarom wegbezuinigd worden. Begin je toch weer met vaker rechtop zitten en lopen? Dan zal je met de tijd hier wel weer beter en sterker in worden. Gelukkig is het in dit soort gevallen vaak gewoon omkeerbaar.

Functionele aanpassing

Veel mensen gaan naarmate ze ouder worden minder rechtop lopen. Nu komt het ook wel eens voor dat iemand mij als oefentherapeut om advies vraagt over een ouder of partner die steeds meer voorovergebogen gaat lopen. In dit soort gevallen is het belangrijk om naar de persoon in kwestie te kijken.

Loopt hij of zij bewust gebogen rond of gaat dit geheel onbewust. Daarnaast is het ook belangrijk om te achterhalen of iemand de rug kan strekken of dat het op een of andere manier onmogelijk gemaakt wordt. Heeft de gebogen rug hierin een functie of werkt dit het functioneren van de persoon tegen?

Mijn rol

Als oefentherapeut zien mensen mij als iemand die uitsluitend met de lichaamshouding bezig is. Dit hoeft nog geen probleem te zijn. Er kan echter wel een probleem ontstaan wanneer een oefentherapeut zichzelf als specialist op het gebied van houding ziet en hier ook naar handelt. Iets wat best begrijpelijk is, aangezien iedereen een referentiekader heeft.

Er bestaat namelijk niet iets als een goede of slechte houding. Een hulpvraag van een patiënt is dan ook vaak niet opgelost door iemand in een goede houding te plaatsen. Hier is het probleem vaak te complex voor.

Een greep uit de praktijk

Ik zal je een voorbeeld geven om te laten zien wanneer dit een probleem kan zijn.  Dit voorbeeld is gebaseerd op echte ervaringen..

Er komt een ouder persoon op afspraak in de praktijk. Deze patiënt zou volgens de mensen uit zijn omgeving steeds meer gebogen lopen, waarbij het inmiddels zorgwekkend aan het worden is. De patiënt zelf geeft aan geen last te hebben van de rug en in eerste instantie ook niet zo goed weet waarom hij onder behandeling bij mij is.

Na een uitvoering vraaggesprek komt er naar boven dat de patiënt onlangs gevallen is, maar hier gelukkig niets aan over heeft gehouden. Hij geeft aan zich zorgen te maken om nog een keer ten val gekomen. Met name omdat dit weleens zou kunnen betekenen dat hij niet meer zelfstandig kan wonen.

De rug kan in flinke mate meer gestrekt worden dan verwacht, de patiënt hoeft dus niet perse zo gebogen te lopen vanuit dat oogpunt. Na het valgevaar verder te onderzoeken blijkt er echter wel een reële kans dat hij nog een keer tot val komt. De gebogen houding tijdens het lopen blijkt een logisch gevolg te zijn van het minder goed ter been zijn in combinatie met de angst om ten val te komen. Dit zorgt er dus voor dat de patiënt continu kijkt naar waar hij zijn voeten neer zet, zodat hij minder snel struikelt.

De conclusie

Toch geeft de patiënt aan dat hij geen behoefte heeft om actief te werken aan zijn tekortkomingen. Samen met de patiënt is er gekeken naar andere oplossingen. Het gebrek aan motivatie om te oefenen, de leeftijd van de patiënt en het valgevaar hebben  ertoe geleidt dat we een passend loophulpmiddel hebben gekozen.

Het lopen met hulpmiddel heeft ervoor gezorgd dat de patiënt zich veiliger voelt tijdens het lopen, waardoor hij rechter op durft te lopen en het valrisico is afgenomen. Hiermee hebben we mogelijk wat afgeweken van het ideaalbeeld, maar voelt de patiënt zich des te meer geholpen. Dit geeft aan hoe belangrijk het is om te luisteren naar de patiënt en samen te zoeken naar oplossingen voor de problemen die hij of zij ervaart.