De beweegnorm in perspectief

Misschien heb je het wel meegekregen, een maand geleden is de nieuwe beweegnorm gepresenteerd. Aangezien de vorige normen bijna 20 jaar oud waren was het hoog tijd voor vervanging. Eerst hadden we de beweeg- en fitnorm, die samen de combinorm werden genoemd. Nu hebben ze het geprobeerd het makkelijker te maken door tot één norm te komen.

Het grootste probleem met de vorige richtlijn was dat het gebruiksgemak niet heel groot was. Vrijwel iedereen kan inzien dat bewegen en sporten goed voor je is. Daar hoef je vandaag de dag niet heel ruimdenkend voor te zijn. Maar juist doordat het bij de vorige richtlijn voor het merendeel van ons lastig was om aan de regeltjes te voldoen werd de haalbaarheid ook lager. Als een doel onmogelijk lijkt dan krijg je als logisch gevolg dat veel mensen stoppen voordat ze überhaupt begonnen zijn. Dat is natuurlijk super jammer! Want laat je hiermee juist de doelgroep missen die dit het meest nodig heeft.

  • Bewegen is goed, meer bewegen is beter.

  • Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.

  • Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen.

  • En: voorkom veel stilzitten.

Ondanks dat de beweegnorm aangeeft dat meer bewegen beter is, betekent dit niet dat de grootte van het resultaat gelijkmatig mee groeit. Natuurlijk moet je bewegen aansporen. Vooral in de huidige maatschappij waarbij het redelijk schaars is om dagelijks genoeg te bewegen. Maar eerlijkheid gebied mij te zeggen dat elk beetje meer bewegen niet evenveel resultaat met zich mee brengt.

Waar ligt dit dan aan? Een trainingswet genaamd de wet van verminderde weerwaarde. Er zijn maar een aantal trainingswetten en deze zijn bepalend voor elke vorm van training (vandaar de benaming “wet”). De wet houdt in dat je progressie binnen het trainen met verloop van tijd steeds minder zal worden en meer moeite zal kosten.  Dat betekent in de praktijk dat een beginner relatief gemakkelijker resultaat zal halen dan een sporter die meer gevorderd is.

Dat kan in eerste instantie negatief lijken, maar laat ik het eens omdraaien. Hoe lager je start niveau is, des te meer resultaat kan je eruit halen als je ervoor kiest om te beginnen met sporten. En daar hoef je niet eens zo gek veel voor te doen. Als er al een drempel was, dan moet deze nu echt wel een stuk lager zijn. Je hoeft dus geen topsporter te zijn om gezondheidsvoordelen uit sporten te halen.

Ondanks dat de nieuwe richtlijn een stuk hoger in gebruiksgemak ligt zijn er ook nieuwe dingen toegevoegd. Zo wordt er nu letterlijk iedereen, zowel jong als oud, geadviseerd om twee keer in de week spierversterkende oefeningen te doen. Dit is op verschillende manieren in te passen, waarbij fitness een laagdrempelige variant kan zijn. Deze aanpassingen zijn gedaan op basis van onderzoek waar je inmiddels niet meer omheen kan. De gezondheidvoordelen van krachttraining zijn groot en zijn er ook voor jou om mee te pakken.

Het laatste punt van aandacht is dat er geadviseerd wordt om minder te zitten. Dit haakt in op wat er de afgelopen tijd in de media aan bod komt. Zitten is volgens nieuwe onderzoeken alles behalve goed en dient zo veel mogelijk vermeden te worden. Hoe ik daar over denk? Dat komt een volgende keer aan bod.